Napoleon loofde in 1795 een geldprijs van 12.000 francs uitloofde voor degene die iets zou uitvinden om voedsel langer houdbaar te houden. Hij had daarmee in eerste instantie een militair doel voor ogen, want zijn soldaten moesten ook tijdens lange veldtochten en onder moeilijke omstandigheden goed te eten krijgen. De prijs werd pas vergeven in 1809, aan de Franse kok Nicholas François Appert. Hij had een methode uitgevonden om gekookte groenten luchtdicht en bacterievrij te verpakken in glazen potten. Dat was slim bedacht, maar de uitvinding kende een minpunt – of moeten we zeggen breekpunt? De glazen potten waren niet zo bruikbaar voor soldaten op veldtocht.

De franse kok Nicolas Appert

De franse kok Nicolas Appert

Niettemin werd de uitvinding door de Fransen bestempeld als militair geheim. Het lekte echter snel uit naar de Britten. In 1810 vroeg de Engelsman Peter Durance – what’s in a name – patent aan op een methode om gesteriliseerde groenten in blik te verpakken. Mede daardoor wonnen de Engelsen vijf jaar later de beroemde slag bij Waterloo. Hun soldaten waren gevoed daar rantsoenen uit blik.

In 1860 was ingeblikt voedsel algemeen gebruik. Door het toepassen van speciale laksoorten konden corrosieverschijnselen vermeden worden en bepaalde de tinlaagdikte, de tinijzer-legeringslaagdikte en structuur niet meer de opslagtijd.